bijvoet kruid een sjamanenplant?

De benaming Bijvoet zou stammen uit het oudhoogduits “biboz”. Later “bifuoz” afgeleid van het oude werkwoord “bozzan” dat stoten betekent. Daarmee bedoelde men dat het kruid dat als specerij BIJ de spijzen wordt GESTOTEN. En daartoe diende in vroegere tijden de plant bijvoet. Maar het is ook bijvoetkruid sjamanenplant. Want de plant en vooral zijn spirit heeft een lange traditie van genezing en reiniging. De kruiden die wij als desert sage kennen is.. precies bijvoet!

Artemisia Vulgaris = bijvoet

Een andere benaming voor het bijvoet kruid is Artemisia Vulgaris. De meest voor de hand liggende verklaring van de wetenschappelijke geslachtsnaam Artemisia is dat deze is afgeleid van het Griekse Artemes (=gezond). de soortnaam Vulgaris (=massa) komt van vulgus, wat overal voorkomend betekent. Het is inderdaad een algemeen voorkomende plant, die we het meest zien op droge, zanderige grong, op vrijwel elke spoorwegemplacement, op stortplaatsen en in hoge, droge bermen. Andere bronnen vermelden dan weer dat Artemisia afkomstig is van de Griekse godin Artemis, de godin van het huwelijk en de geboorte en de patrones der maagdelijkd-heid of van Artemisia, de vrouw van Mausolos, de koning van Holicarnassus. De plant is nauw verwant met de absint-alsem, die reeds door de Egyptenaren werd gebruikt.

zodevormende wortels

De bijvoet plant is erg sterk, ontzettend mooi en staat goed vast in de grond met haar zodevormende wortels. Bijvoet groeit rechtop en kan ruim 120 cm hoog worden. Het nadeel van bijvoet is echter dat de plant snel te groot en te breed wordt voor een bescheiden kruidentuin. Opvallens zijn de decoratief ingesneden bladeren, groen aan de bovenkant en grijsviltig behaard aan de onderkant. De stengel is vaak enigszins rood aangelopen. Bovenaan vertakt hij zich en vormt aan de uiteinden nietige bloemhoofdjes, die in langwerpige pluimen rechtop staan. De plant is erg geurig en werd daarom gebruikt om wijn te kruiden. De plant bloeit van juli tot oktober. Bijvoet bevat veel looizuur en bitterstof, vandaar haar geneeskrachtige eigenschappen.

Maagbitter

Romeinse soldaten staken bijvoet in hun schoenen, omdat dit hen zou behoeden tegen pijnlijke voeten. Aangenomen dat de plant hieraan haar Nederlandse naam dankt. Het erg bittere aftreksel (alsem) van de knoppen werd als maagbitter aangewend. Er zijn nog een heleboel andere aandoeningen waarbij bijvoet soulaas kan bieden. Zoals pijn, koorts, buikkrampen, epilepsie, verstuikingen, overtollig zweten,… Er zijn wel een aantal beperkingen qua gebruik van de bijvoetplant. Grote dosissen moeten vermeden worden, aangezien ze giftig zijn. Bovendien kunnen zwangere vrouwen best geen bijvoet gebruiken. Zij zijn immers gevoeliger voor het thujon van de etherische olie. De kleine trosjes nog gesloten bloemknopjes kunnen we bovendien als keukenkruid gebruiken.

Oosterse gewoonte

Een andere variant is de bijvoetwol: dit geneesmiddel werd als volgt gebruikt. De wollige stof ineen gerold tot een kleine kegel. Die met speeksel aan de huid van het aangedane lichaamsdeel wordt vastgekleefd en vervolgens in brand gestoken. De hierdoor ontstane brandwond zou dan door te gaan etteren de patiënt genezing brengen. Dit principe is gebaseerd op een eeuwenoude Oosterse gewoonte.

 Het beveiligde het huis tegen brand en boze geesten

Naast z’n geneeskrachtige eigenschappen, was bijvoetkruit volgens de legendes ook nog tot heel wat andere dingen in staat. Het beschermde de mens tegen dieren, ratten, muizen en vliegen. Het beveiligde het huis tegen brand en boze geesten. Behekste melk, boter en eieren door het aanraken met de plant ont-toverd. Is men zelf betoverd dan volstaat het driemaal met een bosje bijvoet op de grond te slaan om de toverkracht te breken. (folklorisch plantenboek)

bijvoet